Pleidooi voor aanleren handschrift

abstract

PLEIDOOI VOOR HET AANLEREN VAN EEN HANDSCHRIFT ALVORENS TE LEREN TYPEN

Wally van Grunsven, orthodidact, Eindhoven en Charles Njiokiktjien, kinderneuroloog n.p., Amsterdam
Correspondentie: wallyvg@zonnet.nl

‘De tablet vervangt pen en potlood op school.’ Dit was een nieuwsitem van het NOS journaal op 2 februari j.l. Gemeld wordt dat een school schriften en schrijfgerei heeft vervangen door tablets.
Op school worden computers meer en meer ingezet, ook bij de jongste leerlingen; het typen verdringt dan het schrijven. Er wordt overgegaan op het werken op de computer voordat er sprake is van een vloeiend handschrift. Wat is de noodzaak van het aanleren van een handschrift en wat gaat er verloren als het schrijven niet meer onderwezen wordt?
Wat zegt wetenschappelijk onderzoek over de gunstige effecten van goed schrijven? In recente research staat het belang van het vloeiend leren schrijven centraal (Connelly & Hurst, 2001; Connelly e.a. 2007; Jones, 2004; Peverley, 2007; Berninger e.a. 2009). Dit blijkt de beste voorspeller te zijn van de kwaliteit van een geschreven verhaal. Dit geldt voor de basisschool en vervolgstudies. Een studie van Berninger (2009) aan de Universiteit van Washington toont aan dat kinderen van groep 4, groep 6 en groep 8 meer woorden schrijven, sneller schrijven en meer ideeën uitdrukken wanneer opstellen met de hand geschreven worden dan wanneer ze getypt worden. In een Britse studie (Connelly, 2007) leken de getypte opstellen van derdeklassers wel twee jaar achter te lopen in ontwikkeling op handgeschreven opstellen. Uit een onderzoek bij 85 studenten in Columbia en Pennsylvania is gebleken, dat degenen, die de meeste aantekeningen opschreven tijdens een college, naderhand de beste essays konden schrijven (Peverley, 2007).

 
Hoe zouden kinderen moeten leren schrijven? Vlot en goed schrijven is een vaardigheid die verkregen moet worden.

 
1. Het schrijven begint met naschrijven. Natekenen, naschrijven, in het algemeen nadoen is een motorische functie van de spiegelneuronen. Je moet het spiegelneuronsysteem daarom als opvoeder en leerkracht ook gebruiken, het is er voor de eerste leerfase (Jacoboni, 2008). Je leert van het zien doen. Daarom is het van belang dat het kind naar de schrijvende hand van de leerkracht kan kijken en niet naar kant-en-klare voorbeelden zoals in het schrijfschrift of op het schoolbord.

 
2. Het verklanken is de connectie in de hersenen tussen een object en het woord ervoor. Objecten leren gaat het beste als er ‘multimodaal’ benoemd wordt, dat wil zeggen dat alle zintuigen eraan meedoen. Letters zijn in het begin ook objecten. Wanneer het kind een letter schrijft zou het tegelijk de letter ook moeten uitspreken in navolging van de leerkracht, en als groep gaat dat nog beter; ze doen dan allemaal mee. Schrijven (kinesthetisch), kijken naar het bord en je handschrift (visueel), hardop zeggen (auditief) dragen bij aan het leren van de schrijftaal. Als het kind de letter tegelijk uitspreekt wordt de beweging die bij de letter hoort ook beter ingeprent in het geheugen, dus de spraaktaal steunt de schrijftaal.
Als we schrijven is er sprake van feedback in de hersenen door de motorische activiteit zelf, alsook het gevoel van het hanteren van het potlood. Dit soort feedback is wezenlijk verschillend van datgene wat er gebeurt tijdens het typen (Mangen & Velay 2010). Uit research blijkt (Longcamp, 2008) dat andere delen in de hersenen geactiveerd worden als we letters lezen die we schrijvend geleerd hebben, dan wanneer we diezelfde letters ingetypt hebben. De bewegingen die gemaakt zijn door het schrijven worden ingeprent in het motorisch geheugen, dit helpt om de letters te herkennen. Dit impliceert een verband tussen het lezen en het schrijven en suggereert dat het sensomotorische systeem geactiveerd wordt in het proces van visuele herkenning tijdens het schrijven (Mangen & Velay 2010; Mangen 2011). Dit is ook een spiegelneuronfunctie; onderzoek laat zien dat het zien van een handeling de hersennetwerken activeren die actief zijn bij het uitvoeren van die handeling  (Jacoboni, 2008). Op MRI scans is te zien dat er op de premotorische cortex dezelfde activiteit te zien is bij het lezen van een letter als wanneer die letter geschreven wordt. Door er naar te kijken worden in de hersenen dezelfde bewegingen denkbeeldig ‘gemaakt’ die men schrijvend maakt. Bij een pseudoletter, die nooit geschreven is, is dat niet het geval (Velay & Longcamp, 2005).

 
3. Ruimtelijke identificatie van letters. Symmetrisch gespiegelde figuren zijn voor kinderen moeilijk te onderscheiden. Dit komt omdat de ruimtelijke oriëntatie van een object een laat ontwikkelende functie is, vergeleken met de herkenning van de identiteit van het object. De ontwikkelingsneurologie van de perceptie is dus belangrijk (Njiokiktjien, 2004). Om de letters te kunnen identificeren is de oriëntatie van heel groot belang, denk maar aan de gespiegelde b en d en de verwarring die daaruit voortvloeit bij jonge kinderen en slechte lezers. Kinderen hebben al voor hun 1ste verjaardag geleerd dat objecten, mensen en dieren altijd dezelfde blijven, onafhankelijk van de ruimtelijke oriëntatie (zg. objectconstantie). Letters zijn dus vreemde dingen die van identiteit veranderen als je ze omdraait, maar aanvankelijk is het verschil tussen een letter en zijn spiegelbeeld dus niet iets dat onmiddellijk opvalt. Echter, bij schrijven ontstaat er een ander motorisch bewegingsprogramma als een letter in spiegelbeeld geschreven wordt: Een d is dan qua uitvoering en feed-back geen b en een p is geen q. Dit wordt alleen geautomatiseerd door vaak doen.

Wanneer een kind terugleest wat het al schrijvende heeft geleerd, vergemakkelijkt dit door het herbeleven het proces van het lezen (Velay & Longcamp, 2005), niet omgekeerd, hoewel kinderen tegenwoordig vroeg leren lezen (groep 2), waartegen op zich geen bezwaar is. Theoretisch is er wel iets voor te zeggen kinderen eerst te leren schrijven, dan (terug) te lezen, maar op die leeftijd (van groep 2) is het kind ook motorisch nog niet zo ver dat dit vlot gaat. In een pilot study met kleuters in groep 2 konden wij aantonen dat vroege schrijfoefeningen op een bepaalde manier het schrijven in groep 3 aanzienlijk vergemakkelijkt. Wij dragen tenslotte argumenten aan waarom aanvangen met verbonden schrift voordelen heeft boven blokletterschrift.
Volgens Feder (2007) is het, ondanks het wijdverbreid gebruik van computers, van het grootste belang dat het  goed aanleren van een handschrift onder de aandacht blijft van leerkrachten en onderwijsdeskundigen. Juist omdat het niet goed leren schrijven gevolgen heeft voor leren en geheugen. Het handschrift is nog steeds de meest directe vorm van schriftelijke communicatie.

Referenties:
Berninger V, Abbott R and Augsburger A e.a. (2009) Comparison of pen and keyboard transcription modes in children with and without learning disabilities. Learning Disability Quarterly  32: 123-41
Connelly V & Hurst G (2001) The influence on handwriting fluency on writing quality in later primary and early secondary education. Handwriting Today  2: 5-57
Connelly V, Gee D, Walsh E e.a.(2007). A comparison of keyboarded and handwritten compositions and the relationship with transcription speed. British Journal of Educational Psychology  77: 479-92
Feder K (2007) Handwriting development, competency and intervention. Developmental Medicine & Child Neurology  49: 312-17
Jacoboni M (2008) Het spiegelende brein. Over inlevingsvermogen, imitatiegedrag en spiegelneuronen. Amsterdam: Uitg. Nieuwezijds
Jones D (2004) Automaticity of the transcription process in the production of written text. Unpublished Doctor of Philosophy Thesis, University of Queensland, Australia.
Longcamp M, Bouchard C, Gilhodes JC e.a. (2008) Learning through hand-or typewriting influences visual recognitionof new graphic shapes: behavioral and functional imaging evidence. Journals of Cognitive Neuroscience  20: 802-15
Mangen A & Velay J L (2010) Digitizing literacy: reflections on the haptics of writing. Advances in Haptics  April 1
Mangen A (2011) Better learning through handwriting. Science Daily Jan. 24
Njiokiktjien C (2004) Gedragsneurologie van het kind. Amsterdam: Suyi Publicaties
Peverly ST (2006) The importance of handwriting speed in adult writing. Developmental Neuropsychology  29: 197-216
Velay J L & Longcamp M (2005) Clavier ou stylo : comment écrire? Cerveau et Psycho 11: 3-7

Dit bericht is geplaatst in Bericht. Bookmark de permalink.